Weersinvloeden op het spoor
De seizoenen – herfst met gladheid, winter met sneeuw en ijs, zomer met bliksem en hitteproblemen – kunnen net als op de weg (files) of in de lucht (uitval vluchten) flink roet in het eten gooien.
Op de volgende pagina meer informatie over de invloed van de seizoenen op het spoor.
Op deze pagina:
- Herfst: bladeren op de rails
- Winter: sneeuw en bevriezing
- Zomer en lente
- Andere invloeden
- Terugblik op de laatste winters
Herfst: bladeren op de rails
In de herfst kan gladheid op de rails ontstaan door onder andere bladeren, roest, vet en olie, vaak in combinatie met vocht. Hierdoor krijgen treinen minder grip op de rails. Gevolg kan zijn dat treinen doorglijden bij het remmen. Met dit fenomeen hebben ook spoorwegmaatschappijen in andere Europese landen te kampen.
In sommige gevallen is het ook mogelijk dat de wielen blokkeren en daardoor ongelijk afslijten. Hierdoor ontstaan de zogenaamde 'vierkante wielen'. Dit kan niet alleen leiden tot een bonkend geluid en onregelmatig contact met de rails, maar ook tot schade aan trein en rails.
Op YouTube staat een heel duidelijk filmpje van ProRail over de oorzaken en gevolgen van gladheid op het spoor.
Winter: sneeuw en bevriezing
Kortsluiting in trein
door stuifsneeuw
In het geval van stuifsneeuw bestaat er een kans
op kortsluiting in de trein. Een moderne trein is uitgerust met een koelsysteem
voor bepaalde motoren. Dit koelsysteem zuigt lucht aan en is veelal gesitueerd
op een lage locatie aan de zijkant van de trein. Zodra er sprake is van
stuifsneeuw, zuigt de koelinstallatie sneeuw mee in de luchtstroom wat
vervolgens terechtkomt in de behuizing van de elektrische installaties. Hierdoor
kan er kortsluiting in de trein ontstaan.
Bevroren wissels
Dit is een van de belangrijkste oorzaken
van verstoringen op het spoor. Wissels bevriezen doordat sneeuw tussen de
bewegende onderdelen van de wissels komt te zitten, waardoor deze
vastlopen.
IJs
onder treinen
Sneeuw kan onder de wagons van de trein
aangroeien tot grote brokken sneeuw en ijs. Deze zitten meestal achter het wiel.
Op het moment dat de trein gaat rijden of over een wissel rijdt, breken deze
brokken ijs los en komen op het spoor of in wissels terecht. Dit kan problemen
met het wissel veroorzaken of zorgen voor schade aan de onderkant van de
treinen, waar de leidingen liggen. Om dit probleem tegen te gaan worden op zeven
plekken in het land de onderkant van treinen behandeld om het hechten van sneeuw
tegen te gaan.
Zomer en lente
In de zomer of een warme lente kunnen in geval van onweer vooral bliksem en storm impact hebben op elektrische installaties voor wissels en seinen of op de bovenleidingen. Daarnaast kunnen door wintstoten bomen op het spoor terecht komen.
Een ander probleem dat in warme zomers kan optreden zijn brandjes langs het spoor als gevolg van vonken die ontstaan tussen trein en rails.
Ook kunnen bij erg warm weer spoorstaven uitzetten. Hierdoor ontstaat druk op de rails. Onder normale omstandigheden kunnen de spoorstaven deze druk weerstaan. Het komt in enkele gevallen voor dat door te hoge druk (door te hoge temperaturen) of door verzwakking de spoorstaven deze druk niet meer aan kunnen. De spoorstaven buigen dan uit waardoor het spoor onberijdbaar wordt. In onderstaand document van ProRail is meer te lezen over een andere nadelig effect op het spoor, namelijk spoorspatting.
ProRail geeft op hun website duidelijk uitleg van de risico's van warm weer op het spoor.
Andere invloeden
Drukste spoorwegnet Europa
Nederland heeft één van de drukste spoorwegnetten van de wereld. In het begin
van de eeuw werd het Nederlandse spoor zelfs intensiever gebruikt dan het
Japanse spoor. Het gevolg van het volle net is dat wanneer er ergens een
probleem op het spoor optreedt er snel sprake is van een zogenoemd domino-effect
op het treinverkeer in de rest van Nederland.
Landelijke aansturing
Er zijn ook andere oorzaken voor spoorstoringen. Tot voor kort werden deze
incidenten bijvoorbeeld vooral regionaal aangepakt en ontbrak landelijke
aansturing waardoor regionale problemen konden uitgroeien tot landelijke
problemen. Zie voor meer details hierover het
Programma
Winterweer dat de Minister van Infrastructuur & Milieu mede namens de
spoorsector op 8 juni 2012 aan de Tweede Kamer heeft gestuurd, en de
brief
over de voortgang van het programma van 1 oktober 2012.
Terugblik op de laatste winters
Jarenlang zorgden de milde winters in Nederland voor relatief weinig problemen op het spoor. Sinds 2009 was echter sprake van drie opeenvolgende winters waarin het treinverkeer één of enkele dagen te maken kreeg met flinke verstoringen. Hieronder een korte terugblik op die winters waarbij diverse oorzaken voor verstoringen op het spoor zorgden.
Winter 2009/2010
Eind 2009 werd Nederland een aantal dagen overvallen door flinke
sneeuwbuien. Lange files, uitgevallen vluchten op Schiphol en problemen op het
spoor waren het gevolg. De problemen deden zich vooral voor op de infrastructuur
(wissels/ProRail) en bij het materieel (NS).
Winter 2010/2011
Door NS was grootschalig ingezet op verbeteringen aan het materieel en
door ProRail was veel werk gemaakt van de aanpassingen op met name de wissels.
In oktober 2010 vond er een grootschalige winteroefening plaats. Deze
voorbereidingen ten spijt werd Nederland opnieuw geteisterd door extreem weer
waarbij dit keer vooral stuifsneeuw zorgde voor problemen met niet werkende
wissels en uitval van veel treinen. Vooral de gloednieuwe Sprinters (SLT) hadden
last van de stuifsneeuw die voor kortsluiting zorgde in sommige elektrische
systemen. Ook de reisinformatie bleek onvoldoende actueel.
Winter 2011/2012
Net als in veel landen om ons heen introduceerden NS en ProRail de
aangepaste dienstregeling om te zorgen dat het treinverkeer niet vastloopt en
zogenoemde olievlekwerking op het spoor wordt voorkomen. Op 3 februari 2012 viel
echter in korte tijd veel meer sneeuw dan werd verwacht. De weersverwachting die
de dag ervoor op 2 februari werd afgegeven was niet eenduidig. Besloten werd
geen aangepaste dienstregeling in te zetten. De grote sneeuwval leidde op 3 en 4
februari opnieuw tot een onbeheersbare situatie op het spoor en met name rond
Amsterdam en Utrecht. Andere delen van het land hadden minder te maken met
problemen. Voor een gedetailleerde analyse zie het
Programma
Winterweer dat de Minister van Infrastructuur & Milieu mede namens de
spoorsector op 8 juni 2012 aan de Tweede Kamer heeft gestuurd, en de
brief
over de voortgang van het programma van 1 oktober 2012.
Samengevat de laatste drie winters op een rij:
- De eerste winter had veel materieel- en infraproblemen tot gevolg. Het heeft geleid tot een groot verbeterprogramma voor materieel en infrastructuur (met name wissels)
- De tweede winter kende veel problemen met de reisinformatie, en opnieuw materieel en infrastructuur. Het heeft geleid tot aanvullende acties voor materieel en netwerk en verbeteringen op het gebied van reizigersinformatie (de introductie van de SMS-Alert)
- De derde winter werd gekenmerkt door andere problemen aan infrastructuur (o.a. door zware vorst), overbelasting bijsturing, minder problemen met materieel en reisinformatie.
De invloed van seizoenen
Niet alleen sneeuw, maar ook bevriezing, herfstbladeren en hitte kunnen invloed hebben op de dienstregeling