Klik op http://m.ns.nl voor de mobiele versie van de NS site.

Weersinvloeden op het spoor

 

De seizoenen – herfst met gladheid, winter met sneeuw en ijs, zomer met bliksem en hitteproblemen – kunnen net als op de weg (files) of in de lucht (uitval vluchten) flink roet in het eten gooien.

Op de volgende pagina meer informatie over de invloed van de seizoenen op het spoor.


Herfst: bladeren op de rails

In de herfst kan gladheid op de rails ontstaan door onder andere bladeren, roest, vet en olie, vaak in combinatie met vocht. Hierdoor krijgen treinen minder grip op de rails. Gevolg kan zijn dat treinen doorglijden bij het remmen. Met dit fenomeen hebben ook spoorwegmaatschappijen in andere Europese landen te kampen.

In sommige gevallen is het ook mogelijk dat de wielen blokkeren en daardoor ongelijk afslijten. Hierdoor ontstaan de zogenaamde 'vierkante wielen'. Dit kan niet alleen leiden tot een bonkend geluid en onregelmatig contact met de rails, maar ook tot schade aan trein en rails.

Op YouTube staat een heel duidelijk filmpje van ProRail over de oorzaken en gevolgen van gladheid op het spoor.


naar boven

Winter: sneeuw en bevriezing

Kortsluiting in trein door stuifsneeuw
In het geval van stuifsneeuw bestaat er een kans op kortsluiting in de trein. Een moderne trein is uitgerust met een koelsysteem voor bepaalde motoren. Dit koelsysteem zuigt lucht aan en is veelal gesitueerd op een lage locatie aan de zijkant van de trein. Zodra er sprake is van stuifsneeuw, zuigt de koelinstallatie sneeuw mee in de luchtstroom wat vervolgens terechtkomt in de behuizing van de elektrische installaties. Hierdoor kan er kortsluiting in de trein ontstaan.

Bevroren wissels
Dit is een van de belangrijkste oorzaken van verstoringen op het spoor. Wissels bevriezen doordat sneeuw tussen de bewegende onderdelen van de wissels komt te zitten, waardoor deze vastlopen.

IJs onder treinen
Sneeuw kan onder de wagons van de trein aangroeien tot grote brokken sneeuw en ijs. Deze zitten meestal achter het wiel. Op het moment dat de trein gaat rijden of over een wissel rijdt, breken deze brokken ijs los en komen op het spoor of in wissels terecht. Dit kan problemen met het wissel veroorzaken of zorgen voor schade aan de onderkant van de treinen, waar de leidingen liggen. Om dit probleem tegen te gaan worden op zeven plekken in het land de onderkant van treinen behandeld om het hechten van sneeuw tegen te gaan.


naar boven

Zomer en lente

In de zomer of een warme lente kunnen in geval van onweer vooral bliksem en storm impact hebben op elektrische installaties voor wissels en seinen of op de bovenleidingen. Daarnaast kunnen door wintstoten bomen op het spoor terecht komen.

Een ander probleem dat in warme zomers kan optreden zijn brandjes langs het spoor als gevolg van vonken die ontstaan tussen trein en rails.

Ook kunnen bij erg warm weer spoorstaven uitzetten. Hierdoor ontstaat druk op de rails. Onder normale omstandigheden kunnen de spoorstaven deze druk weerstaan. Het komt in enkele gevallen voor dat door te hoge druk (door te hoge temperaturen) of door verzwakking de spoorstaven deze druk niet meer aan kunnen. De spoorstaven buigen dan uit waardoor het spoor onberijdbaar wordt. In onderstaand document van ProRail is meer te lezen over een andere nadelig effect op het spoor, namelijk spoorspatting.

ProRail geeft op hun website duidelijk uitleg van de risico's van warm weer op het spoor.


naar boven

Andere invloeden

Drukste spoorwegnet Europa
Nederland heeft één van de drukste spoorwegnetten van de wereld. In het begin van de eeuw werd het Nederlandse spoor zelfs intensiever gebruikt dan het Japanse spoor. Het gevolg van het volle net is dat wanneer er ergens een probleem op het spoor optreedt er snel sprake is van een zogenoemd domino-effect op het treinverkeer in de rest van Nederland.

Landelijke aansturing
Er zijn ook andere oorzaken voor spoorstoringen. Tot voor kort werden deze incidenten bijvoorbeeld vooral regionaal aangepakt en ontbrak landelijke aansturing waardoor regionale problemen konden uitgroeien tot landelijke problemen. Zie voor meer details hierover het Programma Winterweer dat de Minister van Infrastructuur & Milieu mede namens de spoorsector op 8 juni 2012 aan de Tweede Kamer heeft gestuurd, en de brief over de voortgang van het programma van 1 oktober 2012.


naar boven

Terugblik op de laatste winters

Jarenlang zorgden de milde winters in Nederland voor relatief weinig problemen op het spoor. Sinds 2009 was echter sprake van drie opeenvolgende winters waarin het treinverkeer één of enkele dagen te maken kreeg met flinke verstoringen. Hieronder een korte terugblik op die winters waarbij diverse  oorzaken voor verstoringen op het spoor zorgden.

Winter 2009/2010
Eind 2009 werd Nederland een aantal dagen overvallen door flinke sneeuwbuien. Lange files, uitgevallen vluchten op Schiphol en problemen op het spoor waren het gevolg. De problemen deden zich vooral voor op de infrastructuur (wissels/ProRail) en bij het materieel (NS).

Winter 2010/2011
Door NS was grootschalig ingezet op verbeteringen aan het materieel en door ProRail was veel werk gemaakt van  de aanpassingen op met name de wissels. In oktober 2010 vond er een grootschalige winteroefening plaats. Deze voorbereidingen ten spijt werd Nederland opnieuw geteisterd door extreem weer waarbij dit keer vooral stuifsneeuw zorgde voor problemen met niet werkende wissels en uitval van veel treinen. Vooral de gloednieuwe Sprinters (SLT) hadden last van de stuifsneeuw die voor kortsluiting zorgde in sommige elektrische systemen. Ook de reisinformatie bleek onvoldoende actueel.

Winter 2011/2012
Net als in veel landen om ons heen introduceerden NS en ProRail de aangepaste dienstregeling om te zorgen dat het treinverkeer niet vastloopt en zogenoemde olievlekwerking op het spoor wordt voorkomen. Op 3 februari 2012 viel echter in korte tijd veel meer sneeuw dan werd verwacht. De weersverwachting die de dag ervoor op 2 februari werd afgegeven was niet eenduidig. Besloten werd geen aangepaste dienstregeling in te zetten. De grote sneeuwval leidde op 3 en 4 februari opnieuw tot een onbeheersbare situatie op het spoor en met name rond Amsterdam en Utrecht. Andere delen van het land hadden minder te maken met problemen. Voor een gedetailleerde analyse zie het Programma Winterweer dat de Minister van Infrastructuur & Milieu mede namens de spoorsector op 8 juni 2012 aan de Tweede Kamer heeft gestuurd, en de brief over de voortgang van het programma van 1 oktober 2012.

Samengevat de laatste drie winters op een rij:

  1. De eerste winter had veel materieel- en infraproblemen tot gevolg. Het heeft geleid tot een groot verbeterprogramma voor materieel en infrastructuur (met name wissels)
  2. De tweede winter kende veel problemen met de reisinformatie, en opnieuw materieel en infrastructuur. Het heeft geleid tot aanvullende acties voor materieel en netwerk en verbeteringen op het gebied van reizigersinformatie (de introductie van de SMS-Alert)
  3. De derde winter werd gekenmerkt door andere problemen aan infrastructuur  (o.a. door zware vorst), overbelasting bijsturing, minder problemen met materieel en reisinformatie. 

naar boven

De invloed van seizoenen

Niet alleen sneeuw, maar ook bevriezing, herfstbladeren en hitte kunnen invloed hebben op de dienstregeling

Printen

Sluit dit menu