Hoofdnavigatie

Naar content

Test of vervangend busvervoer bij werkzaamheden of storingen duurzamer kan

Het treinverkeer van NS in Nederland is vanaf 2018 klimaatneutraal doordat de treinen straks op 100% groene stroom rijden. In het verlengde daarvan start NS binnenkort samen met duurzame brandstofleverancier GoodFuels en de busmaatschappijen Munckhof en Jan De Wit een proef om te onderzoeken of ook de bussen die NS inzet bij werkzaamheden en verstoringen duurzamer kunnen rijden.


Tijdens de proef gaan busbedrijven Munckhof en Jan De Wit met zeven bussen van Volvo, Scania en VDL. drie maanden rijden op hernieuwbare diesel. Het gaat daarbij om zogeheten Hydrotreated Vegetable Oil (HVO), een brandstof die gemaakt is van afvalstromen. Ook is de brandstof zuiverder dan fossiele diesel. Voordeel is dat geen grote aanpassingen nodig zijn aan het voertuig of de infrastructuur, zoals dit bij rijden op elektriciteit of waterstof wel moet. Hiermee lijkt dit aantrekkelijk voor een snelle stap in vergroening van dit busvervoer.

“We zijn druk bezig na vergroening van het treinverkeer ook de andere zaken waarop we invloed hebben aan te pakken en te streven naar – uiteindelijk -een volledig duurzaam product. Munckhof, Jan De Wit en GoodFuels zijn fantastische partners in dit project. Alle partijen zijn erg benieuwd naar de uitkomsten van de pilot en of dit een haalbare kaart is voor een groene toekomst” aldus Ralph Luijt, initiatiefnemer van het project bij NS.

NS doet de proef ook om te onderzoeken of het in 2017 bij de aanbesteding van het vervangend busvervoer duurzaamheidscriteria kan opstellen zónder hierbij aan marktpartijen iets te vragen dat onmogelijk blijkt. Naast een paar experimenten met elektrische- en waterstofbussen wil NS nu specifiek met HVO diesel ervaring opdoen om straks een gefundeerde keuze te kunnen maken.

Deze vergroening is één van de maatregelen uit de vorige week gelanceerde CO2-visie van NS en partners. Een minimale CO2-footprint voor NS is daarbij belangrijk. Ook mag het treffen van vergroenende maatregelen niet leiden tot aantasting van voedselvoorziening, bossen, bodem en biodiversiteit.