Hoofdnavigatie

Naar content

Verstoringen op het spoor

Iedere dag rijden er zo’n 5200 treinen door Nederland. Daarvoor zijn per dag 1400 machinisten en 1150 conducteurs nodig. Al deze conducteurs, machinisten én treinen hebben hun eigen planning. Deze planningen passen we in elkaar zodat we een betrouwbare dienstregeling kunnen rijden. Hoe complex dat is, wordt vooral duidelijk wanneer er een (grote) verstoring is op het spoor. De drie planningen passen dan niet meer in elkaar, bijvoorbeeld omdat een trein door een versperring niet meer verder kan rijden.


Bouwstenen dienstregeling

Een dienstregeling is opgebouwd uit bouwstenen: de beschikbaarheid van de infrastructuur (het spoorwegnet), van personeel (machinist en conducteur) en van treinen (het materieel). Iedere dag maken wij samen met ProRail, ondersteund door geautomatiseerde processen en geavanceerde systemen, deze complexe puzzel van het in elkaar passen van de drie planningen. Op het moment dat een van de bouwstenen niet beschikbaar is, kunnen we niet volgens dienstregeling rijden. Dan spreken wij van een verstoring.

Oorzaak en effect

De oorzaken van een verstoring op het spoor zijn divers, maar in de basis terug te brengen naar drie factoren: het weer, de techniek en de mens.
Zo kan veel sneeuw er bijvoorbeeld voor zorgen dat een wissel niet goed werkt. Een omgewaaide boom op het spoor veroorzaakt een versperring. Door een stroomstoring kunnen systemen en seinen uitvallen en tijdelijk niet werken. En door een defecte trein kan een traject versperd worden. Ook mensen die langs het spoor lopen zorgen ervoor dat treinen niet of langzamer moeten rijden. Dit zijn allemaal voorbeelden waardoor een verstoring kan ontstaan. Het gevolg van zo’n verstoring is vrijwel altijd dat onze reizigers vertraging oplopen.

De duur en het gevolg van een verstoring is steeds anders. Zo kan een complexe verstoring nauwelijks merkbaar zijn en een eenvoudige verstoring grote of langdurige gevolgen hebben. Dit komt door de samenloop van omstandigheden, bijvoorbeeld het tijdstip, de locatie of eerdere verstoringen op de dag. Al deze factoren hebben invloed op de bouwstenen van de dienstregeling.

Signalering en analyse

Samen met ProRail houden wij in een landelijke bijsturingscentrum en in vijf regionale besturingscentra het treinverkeer continu in de gaten. Signalen van treinpersoneel of detectiesystemen over een verstoring waardoor treinen niet volgens planning kunnen rijden, komen in deze centra binnen. Vervolgens vindt direct een analyse plaats. Wat is het probleem is? Hoe zorgen we ervoor dat de situatie op en om het spoor voor iedereen veilig is? Welk gevolgen heeft de verstoring voor de treindienst en voor de reizigers?

Aanpak

Als we een beeld hebben van de verstoring gaan we aan de slag om ervoor te zorgen dat de treinen weer kunnen rijden. Dat is een flinke klus, want er moeten op logistiek gebied oplossingen gezocht worden voor de dienstregeling, voor het personeel op de trein en het materieel. Omdat het Nederlandse spoor een van de drukste ter wereld is, levert dat vaak meteen dillema’s op. Als we kiezen om, even, geen treinen te rijden op een bepaald traject heeft dit direct gevolgen voor de reizigers. We kunnen ook proberen eerst een systeem te resetten of besluiten herstelwerkzaamheden uit te stellen waardoor alles met een kleine vertraging kan blijven rijden. Natuurlijk heeft dit laatste onze voorkeur. Maar soms kunnen we niet anders dan even geen treinen rijden omdat het probleem dan sneller opgelost is. Het doel is altijd de effecten van een verstoring zo klein mogelijk houden en zo snel mogelijk weer treinen rijden.

Afhankelijk van de verstoringsoorzaak worden verschillende partijen ingeschakeld. AIs een overweg kapot is, gaat de onderhoudsaannemer aan de slag. Bij een aanrijding met een persoon komen daar politie, ambulancedienst en brandweer aan te pas, maar ook de calamiteitenorganisatie van ProRail en de calamiteitenorganisatie van NS om reizigers op te vangen.

Uitdaging

Voor de bijsturingsorganisatie is het vooral de logistieke uitdaging om tijdens verstoringen de juiste bouwstenen te regelen om treinen te kunnen rijden. Er ontstaat scheefstand in het logistieke proces omdat niet alle bouwstenen van de dienstregeling op de juiste plek beschikbaar zijn. Als er een stukje van de puzzel mist, dan kan de trein niet rijden. Bijvoorbeeld als een machinist ontbreekt om een beschikbare trein te rijden. 

Aanpassingen in de dienstregeling

Als op een bepaald traject geen treinen kunnen rijden, wordt de dienstregeling aangepast. Dit betekent dat op een traject tijdelijk minder of helemaal geen treinen rijden. Om op zoveel mogelijk trajecten toch treinen te blijven rijden, maken we gebruik van ontkoppelpunten. Dit zijn stations (knooppunten) waar het mogelijk is om de treindienst bij te sturen op zowel de infrastructuur, het personeel als het materieel. Treinen rijden dan naar deze ontkoppelpunten en rijden daarna weer terug in de richting waar ze vandaan kwamen. Het versperde traject wordt dan vermeden. Hiervoor komen dan omreisroutes of alternatief busvervoer.

Afhankelijk van de duur van de verstoring, het traject en tijdstip wordt bepaald hoeveel bussen ingezet kunnen worden. Op een maandagochtendspits is het regelen van voldoende bussen vaak moeilijker dan midden op de dag. En bij een korte verstoringen rijden treinen vaak alweer voordat de bussen geregeld zijn. Bij langere verstoringen zorgen we dat op zoveel mogelijk getroffen stations NS’ers zijn voor serviceverlening en informatievoorziening.

Reisinformatie

Over een verstoring is op veel plekken reisinformatie beschikbaar: op het station via de omroep en de digitale reisinformatieschermen, op de trein door het treinpersoneel en via de reisplanner Xtra of op deze website. Wij doen ons best om tijdens een verstoring de meest actuele reisinformatie te geven. Dit is mogelijk als voor de dienstregelingsaanpassing een betrouwbaar, vaststaand plan is gemaakt. Soms laat dit plan op zich wachten, door bijvoorbeeld de complexiteit van een verstoring of omdat de gegevens niet snel genoeg in de systemen kunnen worden doorgevoerd. Dan blijft de reisinformatie soms achter bij de actuele situatie. Wanneer er duidelijkheid is, krijgt de reiziger informatie over de oorzaak van de verstoring, een prognose en een advies. Als nog gewerkt wordt aan het verkrijgen van die duidelijkheid of aan een aangepaste dienstregeling, dan houden we reizigers daarvan ook op de hoogte.

De treinen gaan weer rijden

Gelukkig komt er altijd een moment waarop de treindienst weer opgestart wordt en we weer volgens dienstregeling kunnen rijden. Vooral bij grote verstoringen, bijvoorbeeld het totaal stilliggen van het treinverkeer rond Utrecht, betekent dit nog niet dat de treinen overal met één druk op de knop weer kunnen rijden. Het opstarten van de treindienst doen we stapsgewijs. Dit is afhankelijk van de beschikbaarheid van de infrastructuur (het spoorwegnet), het personeel en het materieel. We starten altijd met één treinserie (een reeks treindiensten op een traject in een vast patroon, bijvoorbeeld de Intercity van Maastricht naar Alkmaar die elk half uur rijdt). Als zo’n treinserie volgens planning rijdt, wordt de volgende treinserie opgestart. Zo herstellen we stap voor stap de dienstregeling. 

De reiziger kan dus nog een tijdje hinder ondervinden, treinen die nog te kort of te lang zijn of met een ander soort materieel rijden. Het kan ook zijn dat treinen niet helemaal schoon zijn, omdat ook de planning van het schoonmaken van de trein in de war wordt geschopt door een verstoring. Dit is dan het gevolg van het feit dat het materieel door de verstoring niet op het juiste moment op de geplande plaats is.

Als de verstoring verholpen is en treinen weer rijden, is het werk voor ons en ProRail nog niet klaar. In de nacht erna wordt er voor gezorgd dat alle bouwstenen van de dienstregeling de volgende ochtend volgens planning weer beschikbaar zijn, zodat we weer volgens de normale dienstregeling kunnen rijden.