Naar content

Hoofdnavigatie

Veelgestelde vragen over Chroom-6

Er is Chroom-6 aangetroffen in sommige treinen. Hierdoor zijn er veel vragen bij (oud-)medewerkers en andere betrokkenen. Hier leest u de veelgestelde vragen over Chroom-6.


Alle vragen en antwoorden over Chroom-6 bij NS

V: Waar komt Chroom-6 voor in treinen?
A: Het kan zitten in oude verflagen op het exterieur van de volgende treintypen SGM, ICM, ICR, Mat’64, loc DDAR, DDM1, E1700, VIRM en mogelijk in bepaalde bevestigingsmaterialen van treinen.

V: Moeten reizigers zich zorgen maken?
A: Nee, reizigers komen niet in aanraking met Chroom-6. In vaste vorm in oude verflagen is Chroom-6 niet schadelijk.

V: Moeten medewerkers zich op dit moment zorgen maken?
A: We hebben daar op dit moment geen aanwijzingen voor, ervan uitgaande dat medewerkers de voorgeschreven veiligheidsmaatregelen toepassen. Met stof werken, bijvoorbeeld bij schuren, vraagt altijd al om goede persoonlijke beschermingsmiddelen. We blijven medewerkers attenderen op het naleven van veiligheidsvoorschriften. Veiligheidsvoorschriften worden voortdurend gemonitord en daar waar nodig aangescherpt. 

Het ‘onderzoek verleden’ dat wordt uitgevoerd door het RIVM is erop gericht om meer inzicht te krijgen in de mate waarin medewerkers in het verleden zijn blootgesteld aan Chroom-6. Medewerkers die zich zorgen maken over hun gezondheid vanwege hun werkomstandigheden in het heden en/of verleden kunnen voor vragen terecht bij het CAOP. Via dit Meldpunt kunnen zij zich ook aanmelden voor gericht medisch onderzoek.

V: Kan rijdend personeel van NS in aanraking komen met Chroom-6?
A: Nee, rijdend personeel komt niet in aanraking met Chroom-6. In vaste vorm in oude verflagen is Chroom-6 niet schadelijk.

V: Wanneer is dit bekend geworden?
A: NS heeft na de berichtgeving over Chroom-6 bij Defensie onderzocht of wij zelf verf met deze stof aanbrengen in onze werkplaatsen. Dat is niet het geval. Na onderzoek ter voorbereiding van werkzaamheden aan het treintype DDM-1 is in juni 2015 vastgesteld dat Chroom-6 kan voorkomen in de oude verflaag. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat Chroom-6 mogelijk ook voorkomt in verflagen van andere treintypes (SGM, ICM, ICR, Mat’64, loc DDAR, E1700, VIRM) en in sommige bevestigingsmaterialen.

V: In welke werkplaatsen is aan verflagen gewerkt (bijvoorbeeld geschuurd)?
A: Het gaat met name om de NS-werkplaats van NedTrain in Haarlem. Maar ook in werkplaatsen in Onnen, Maastricht, Leidschendam, Zaanstraat (Amsterdam), de Watergraafsmeer (Amsterdam) en de voormalige werkplaats in Tilburg werd of wordt geschuurd.  

V: Met welke werkzaamheden zou je blootgesteld kunnen worden aan Chroom-6?
A: Chroom-6 kan vrijkomen tijdens het schuren of doorslijpen in stof vorm of tijdens het lassen in de vorm van rook. Dit zijn niet alleen risicovormende werkzaamheden vanwege Chroom-6, maar ook vanwege schadelijke lasrook en fijnstof dat vrijkomt tijdens schuren. Dit zijn bekende risico’s in de industrie en de huidige werkomstandigheden en veiligheidsvoorschriften waren daarop reeds aangepast. Nu we weten dat er ook Chroom-6 in oude verflagen op het exterieur van sommige treinen en mogelijk in bepaalde bevestigingsmaterialen van treinen voorkomt, hebben we onze manier van werken extra tegen het licht gehouden en zo nodig aangepast. Onderzoek heeft aangetoond dat bij de volgende activiteiten aan het betreffende treinmaterieel Chroom-6 kan vrij komen:

  • Het schoonblazen van treinen na het schuren (deze werkwijze wordt niet meer gehanteerd)
  • Het schuren bij spot repair aan de buitenwand
  • Het slijpen in bakwand en cascoplaat achter treedplank in gritcabine
  • Het slijpen/lassen  van RVS bakwand
  • Het verplaatsen van treinen door middel van luchtkussentransport (inmiddels gebeurt dat door nieuw transportmiddel zonder lucht)

V: Hoeveel risico kun je lopen?
A: Chroom-6 in stof- of dampvorm brengt verhoogde gezondheidsrisico’s met zich mee indien iemand gedurende een lange periode, voortdurend wordt blootgesteld aan een te grote hoeveelheid (boven de wettelijke norm). Door het treffen van beschermende maatregelen, bijvoorbeeld het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen of het beperken van de duur van de werkzaamheden, wordt de blootstelling en daarmee het risico geminimaliseerd. Uit extern en onafhankelijk onderzoek is gebleken dat onze manier van werken niet leidt tot een blootstelling boven de toegestane norm. NS wil de blootstelling echter zo ver als mogelijk beperken. Daarom treffen we maatregelen om de werkomstandigheden te optimaliseren. Hierbij moet gedacht worden aan moderne stofkappen en werkwijzen waarbij zo weinig mogelijk stof vrij komt.

V: Hoe is het met de veiligheid gesteld bij NedTrain?
A: NS kent een veiligheidscultuur waarin medewerkers continu en op open wijze geïnformeerd worden over (potentiële) risico’s. Dit om het aantal veiligheidsincidenten steeds verder terug te dringen en te voorkomen. Medewerkers wordt gevraagd incidenten te melden en ook worden ze actief gewezen op zaken die beter kunnen of incidenten waar lering uit valt te trekken. Door continu lering te trekken uit incidenten kennen de revisie-, onderhoud en servicelocaties van NS gemiddeld weinig veiligheidsincidenten en is de trend al jaren dalend.

V: Hoeveel medewerkers zijn (indirect) met Chroom-6 in aanraking gekomen?
A: Dat kunnen we niet met zekerheid zeggen op dit moment. Dit wordt nog onderzocht. Om ervoor te zorgen dat het onderzoek volledig is, vragen we het RIVM onze aanpak te valideren.

V: Zijn er signalen van gezondheidsklachten bij medewerkers?
A: Enkele medewerkers hebben zich gemeld met gezondheidsklachten. Het is nog niet bekend of er een relatie gelegd kan worden met Chroom-6. Medewerkers die zich zorgen maken over hun gezondheid vanwege hun werkomstandigheden in het heden en/of verleden kunnen voor vragen terecht bij het CAOP. Via dit Meldpunt kunnen zij zich ook aanmelden voor gericht medisch onderzoek. 

V: Zijn er zorgen onder medewerkers?
A: Uit gesprekken met medewerkers en de ondernemingsraad blijkt dat sommige medewerkers zich zorgen maken over hun gezondheid vanwege hun werkomstandigheden in het heden en/ of verleden. We bieden medewerkers en oud- medewerkers een medisch onderzoek aan en houden ze nauwlettend op de hoogte van alle maatregelen.

V: Hoe zijn oud-medewerkers geïnformeerd?
A: Op basis van gegevens van het Spoorwegpensioenfonds zijn oud-medewerkers geïnformeerd met een brief op het huisadres. Oud-medewerkers kunnen zelf informatie zoeken op de website van NS (ns.nl/Over NS/Dossiers/Chroom-6) en bij vragen contact opnemen met het CAOP. Het CAOP fungeert als een onafhankelijk informatiepunt onder toezicht van de sociale partners en een belangrijk kenniscentrum op het gebied van arbeidszaken. Het CAOP behandelt ook aanmeldingen voor gericht (onafhankelijk) medisch onderzoek.

V: Waar kan ik als medewerker terecht met specifieke vragen over werkzaamheden en de daarmee samenhangende risico’s?
A: Hiervoor kun je terecht bij je leidinggevende. Het CAOP fungeert daarnaast als onafhankelijk informatiepunt voor vragen over Chroom-6 en/of medisch onderzoek. Het CAOP is bereikbaar via e-mail: infochroom6NS@caop.nl. Telefonisch is het informatiepunt van maandag tot en met vrijdag bereikbaar tussen 9.00 en 17.00 uur via: 070 376 54 58. Meer informatie vind je ook op NS.nl.

V: Hoe zorgt NS voor een onafhankelijke toetsing van de Chroom-6 aanpak?
A: NS vindt het belangrijk dat (oud-)medewerkers kunnen vertrouwen op alle maatregelen die zijn en worden getroffen en er volledige duidelijkheid komt over eventuele gezondheidsrisico’s nu en in het verleden. We willen niks over het hoofd zien. Daarom wordt de Chroom-6 aanpak binnen NS getoetst door een commissie van onafhankelijke deskundigen. Juist omdat er bij medewerkers zorgen leven, wil NS hierin volledig transparant zijn. De onafhankelijke commissie, die onder andere bestaat uit een medisch toxicoloog, een vertegenwoordiger van de ondernemingsraad en een vertegenwoordiger van FNV/Bureau Beroepsziekten, is ingesteld per december 2015 en rapporteert over haar bevindingen en adviezen in de vorm van voortgangsverslagen die op deze site worden gepubliceerd.